De sturende schoonmaker

Wat de directeur ook voorstelt, vroeg of laat loopt de schoonmaak toch weer niet goed en heeft vooral de schoonmaker kritiek op van alles en nog wat.

De directeur leeft zich op dezelfde manier in de schoonmaker in, als hij van zijn leerkrachten verlangt dat zij dat doen met de kinderen in de klas. Hij vraagt zich af in welk beroep het ´op van alles en nog wat kritiek hebben´ een terechte kwalificatie is. Hij komt op ‘een deelnemer aan een protestdemonstratie’. Die maakt met teksten duidelijk wat er wel of niet moet gebeuren. Zo iemand wil richting aangeven, wil sturen.

Hij besluit om in het volgende gesprek aan de schoonmaker voor te leggen dat hij de richting bepaalt, met als enige beperking: ‘de financiën liggen vast en daar ga ik over’. Tot zijn verbazing zegt hij volmondig ja.

In ieder overleg brengt hij in wat hij wil en verifieert even of dat past. Er vinden geen conflicten meer plaats.’

Wat is hier gebeurd?

Door ja te zeggen tegen de manier van doen van de ander, wordt de positieve kwaliteit van het weerspannige zichtbaar. Het terechte wordt erkend nog voordat het begrepen is. Met behulp van een ‘omvorm’-techniek wordt het aanvankelijk negatieve oordeel omgezet naar een positieve insteek.