De gereedstaande assistent

De jongeman loopt al jaren mee in een hoveniersploeg, maar doet nauwelijks mee in het werk. Hij ligt of zit in de buurt van de plek waar gewerkt wordt, vaak op het gras of op een schommel. Daarnaast heeft deze jongeman de vervelende gewoonte om anderen onverwachts hard te knijpen.

Het niet-werken wordt als een realiteit geaccepteerd. Om verbinding met het ‘knijpen’ te krijgen, hebben we onze eigen ervaringen met knijpen opgezocht. Ik realiseer me dat ik knijp wanneer ik mijn theekopje vast heb. Dan draag ik het kopje en houd het vast.

Dan zoeken we een situatie, waarin nietsdoen, dragen en vasthouden positief is. We herkennen deze manier van handelen bijvoorbeeld in het beroep van een livrei of ober die met het dienblad klaar staat.

De handelingsimpuls van de jongeman benoemen we op basis van onze ervaringen met de twee werkwoorden: ‘dragend vasthouden’. Dan stellen we ons een nieuwe situatie voor, waarin we aansluiten bij zijn handelingsimpuls. De jongeman wordt gevraagd om de snoeischaar vast te houden. Ik kan hem dan om de snoeischaar vragen als ik die nodig heb.

Twee weken later:
Ik heb graskanten afgestoken en het gras in de emmer gedaan die ik de jongeman heb gegeven om hem vast te houden. Wanneer de emmer vol is, leegt hij die uit zichzelf in de gereedstaande kruiwagen. Elke ochtend en middag ben ik zo een kwartier, samen met mijn ‘assistent’, aan het werk . Na anderhalve week staat hij met zijn emmer klaar voor de klus.

Een half jaar later:
Het lukt om hem veel vaker actief mee te laten werken en het onverwachts anderen knijpen treedt aanmerkelijk minder vaak op.

Reflectie:
Met het volgen van de techniek van het ‘ontwerpend verkennen’ werd het me mogelijk om de jongeman en zijn gedrag niet langer af te wijzen, maar ja tegen hem te zeggen en zijn eerst storende gedrag, eenmaal als zinvol benoemd, juist te kunnen versterken. Het voordenken van een nieuwe situatie heeft me geholpen om ter plekke intuïtief, situationeel te handelen.